hoe duurzaam is luchtdichting? | Bouwtechniek | kennisbank

100 jaar systeemgarantie

hoe duurzaam is luchtdichting?

hoe duurzaam is luchtdichting?

Bouwtechniek, BT kennis, Houtmassiefbouw, Houtskeletbouw, Steenmassiefbouw, Strobalenbouw

duurzaamheid luchtdichtingen getest

De hedendaagse bouwwereld besteedt meer en meer aandacht aan goede luchtdichtheid,maar hoe zal deze luchtdichtheid evolueren? Welk resultaat zou een blowerdoortest na 5, 20 of 50 jaar opleveren? Voorlopig onderzoek wijst uit dat er op dit moment al betrouwbare producten op de markt zijn, maar dat onoordeelkundige ingrepen na de ingebruikneming van de woning grote invloed op de luchtdichtheid hebben.

200px

risico's voor luchtdichtingen

Door gebruik te maken van tapes, folies, kitvoegen, PU-schuim en het betere schrijnwerk, is men er de voorbije jaren in geslaagd om gebouwen met een zeer goede luchtdichtheid te verwezenlijken. Zelfs de strenge passiefhuisgrens (n50 = 0,6 h-1 = aantal luchtwisselingen per uur bij 50 Pa opgelegd drukverschil) wordt met de nodige aandacht vlot gehaald, wat met een blowerdoortest na oplevering moet worden aangetoond.

De vraag is echter hoe die luchtdichtheid zal evolueren. Gebouwen worden verondersteld een minimale levensduur van 50 jaar te kunnen halen, waarbij sommige elementen zoals schrijnwerk wellicht na een twintigtal jaar aan vervanging toe zijn. Kunnen we zomaar blindelings vertrouwen op het verlijmen van folies aan raamkozijnen, vloerplaten of metselwerk? En wat met het aftapen van naden tussen luchtdichtingsfolies en het dichtkitten of -purren van voegen?

Jarenlange windbelastingen, hygrothermische cyclussen, vorst-dooicyclussen, uv-straling en zetting van gebouwen kunnen immers zorgen voor een degradatie van de gebruikte producten.

200px

materiaalonderzoek

Er is nog maar weinig bekend over de langetermijnprestaties van de veel gebruikte tapes en lijmen en er bestaan geen officiële testmethodes om producten onderling te vergelijken. In Duitsland werkte het Fachverbandes Luftdichtheit im Bauwesen (FLIB) wel aan een methode om de duurzaamheid van luchtdichtheidstapes en -lijmen te kunnen inschatten, en aan de Universiteit Gent werden zo'n 5.000 testen gedaan naar de aanhechting en degradatie door veroudering.

Onderzoekers bevestigden luchtdichte folies op verschillende substraten (beton, metselwerk, pleister, OSB) door middel van diverse types tapes en lijmen, en plaatsten deze vervolgens in een klimaatkamer waar deze kunstmatig werden verouderd. Ze experimenteerden met verschillende temperaturen en luchtvochtigheden om mogelijke problemen bloot te leggen door achteraf de resterende sterktes te meten.

  • grote verschillen : daaruit blijkt echter dat er heel veel verschillende processen zijn waardoor materialen onderling heel sterk verschillen in gedrag. Bovendien is er een gigantische spreiding tussen gelijkaardige producten: fabrikant A en fabrikant B bieden op het eerste gezicht een gelijkaardig product aan, maar de aanhechting kan vijfmaal beter zijn, en de reactie op primer totaal verschillend. Door al die effecten valt er nauwelijks een lijn te trekken, en worden verschillen in types materiaal (zoals bitumineus versus butyl, of MS-polymeer versus silicone) vaak overstemd door kwaliteitsverschillen tussen de fabrikanten.
  • schuifsterkte : door het simuleren van honderden windstoten, waarbij verschillende gewichten verschillende windsterktes voorstelden, werd onderzocht na hoeveel belastingscycli en bij welke belastingen de samples falen.
  • 200pxafpelsterkte : behalve deze vermoeiingstesten op schuifsterkte onderzocht men ook de afpelsterkte na kunstmatige veroudering. Daarbij wordt de geplakte of verlijmde luchtdichtheidsfolie onder een hoek van 180° afgepeld aan een snelheid van 10 mm/min, en meet men de hiervoor benodigde kracht. Ook daar is er echter geen duidelijk criterium: de verlijming die de grootste belasting aankan, is vaak niet erg elastisch, en een zeer goede afschuifweerstand is vaak gekoppeld aan een slechte afpelweerstand.
  • aandachtspunten : producenten moeten hun producten goed optimaliseren in functie van de toepassing en de soort belasting die er zal opkomen. Maar daar wringt het schoentje: onderzoek wijst uit dat bepaalde producenten zeer goed weten wat ze doen en hun producten door en door kennen, terwijl anderen uit de lucht vallen als blijkt dat er bepaalde compatibiliteitsproblemen opduiken.

Daarnaast benadrukt het onderzoek het belang van de juiste condities van de te verlijmen oppervlakken. Vochtige of stoffige ondergronden zorgen voor een minder goede hechting en blijken nefast voor de duurzaamheid van de verbinding.

Verdere aandachtspunten zijn het gebruik van de juiste primer voor de juiste ondergrond en respecteren van minimale verwerkingstemperaturen. Hoewel deze risico's meestal vermeld staan in de productfiches van de verkrijgbare tapes en lijmen, zijn deze in de praktijk vaak minder bekend bij bouwvakkers of moeilijk realiseerbaar in de praktijk. Door sensibilisering van de aannemers en verder materiaalonderzoek lijkt het echter mogelijk met de onderzochte producten duurzame luchtdichte verbindingen te realiseren.

200px

meetcampagnes

In verschillende landen werden al meetcampagnes gevoerd om de evolutie van de luchtdichtheid in woningen te evalueren. Ook de universiteit Gent voerde dergelijke metingen uit op 15 passiefwoningen in België, alle vrijwel identiek in opbouw en door dezelfde aannemer met dezelfde technieken uitgevoerd. De metingen werden uitgevoerd tussen 3 en 27 maanden na de originele blowerdoortest. De gemiddelde n50-waarde steeg in deze periode van 0,49 h-1 naar 0,65 h-1 waardoor een groot deel van de woningen de - vrij arbitraire - passiefhuisgrens niet meer haalt.

Problematisch?

Algemeen wordt aangenomen dat voor een goede werking van de balansventilatie een luchtdichtheid van 3 h-1 nagestreefd moet worden. Wanneer er gebruikgemaakt wordt van warmteterugwinning in het ventilatiesysteem, zoals in deze passiefhuizen het geval is, daalt deze richtlijn naar 1 h-1, een waarde die in alle woningen nog steeds gehaald werd. Grotere luchtlekkage zal ook leiden tot een groter in- en exfiltratiedebiet, en dus meer energieverliezen.

Uit berekeningen blijkt echter dat dat verschil nagenoeg verwaarloosbaar is. Als we de ouderdom van de woning en de toename van de luchtlekkage in een grafiek zetten, zien we dat een correlatie ver te zoeken is.

Dit kan erop wijzen dat er geen graduele achteruitgang van de luchtdichtheidsschermen of tapes is, maar dat plaatselijke lekken kunnen ontstaan door het ingebruiknemen van de woning. Bij het betrekken van een woning zal men immers hier en daar een rek bevestigen, schappen monteren of kaders ophangen.

200px

Zwakke plekken?

Bij elke woning werd tijdens de nieuwe meting een grote onderuk aangebracht om lekken op te sporen.Terugkerende zwakke plekken bleken zich vooral rond deuren en dakdoorgangen te bevinden. Het probleem rond de zware passiefhuisdeuren wordt mogelijks veroorzaakt door het gebruik van onaangepaste scharnieren die het gewicht van de deuren niet kunnen dragen.

Een andere hypothese is de grote temperatuurvariatie die optreedt over de deur (want die isoleert zo goed), die deze kan doen kromtrekken, waardoor luchtlekken ontstaan.

De doorvoeren van de ventilatiebuizen zijndaarnaastvaak niet op een duurzame wijze uitgevoerd. Momenteel zijn er al luchtdichte manchetten op de markt die dit probleem moeten vermijden in de toekomst.

200px

Impact van de meetmethode?

De originele blowerdoormetingen werden na oplevering van de woningen door een externe firma uitgevoerd, waardoor niet kon worden nagegaan in welke mate de gevonden lekken al eerder aanwezig waren. Omdat er geen correlatie bestaat tussen de ouderdom van de woning en de stijging van het lekdebiet, maar er wel een stelselmatige toename optreedt bij de nieuwe meting, zou deze stijging ook te wijten kunnen zijn aan een verschillende meetmethode.

Proefondervindelijk werd vastgesteld dat kleine wijzigingen in de gebouwvoorbereiding of interpretaties van normvoorschriften een relatief grote invloed kunnen hebben op het lekdebiet van zeer luchtdichte woningen. Mogelijk proberen firma's die blowerdoormetingen uitvoeren het resultaat gunstig te beïnvloeden om klanten niet teleur te stellen, waardoor de resultaten moeilijk te vergelijken zijn. Bij de toenemende - financiële - gevolgen die aan blowerdoortesten gekoppeld worden, is het dus zeker van belang een eenduidige testprocedure vast te leggen en te beschikken over goed opgeleide, onafhankelijke testpersonen.

conclusies

Hoewel verder onderzoek vereist is - zowel op materiaal-, bouwknoop- als gebouwniveau - zijn er al producten op de markt waarmee een goede luchtdichtheid vele jaren kan worden gegarandeerd. Een belangrijke factor daarbij is het informeren van alle betrokken partners. Zowel architecten als aannemers moeten op de hoogte zijn van de bestaande producten en hun verwerkingsvoorschriften en bouwheren moeten beseffen dat de luchtdichte schil een gevoelig onderdeel van hun gebouw is. Bij latere verbouwingen of ingrepen (bijvoorbeeld plaatsen van een afvoer voor een droogkast, trekken van leidingen voor buitenverlichting, plaatsen van een dakraam) moeten de juiste maatregelen getroffen worden.

Metingen tonen aan dat de luchtlekkage in woningen kan toenemen na enkele jaren. Dat betekent natuurlijk niet dat luchtdicht bouwen zinloos zou zijn. Integendeel: het behalen van een goede luchtdichtheid na oplevering is essentieel om een, misschien wel onvermijdbare, toename op te vangen, en zo de vele voordelen van een luchtdicht gebouw te blijven garanderen.

to top of page
hoe duurzaam is luchtdichting?