inertie thermisch | Bouwtechniek | kennisbank

thermische inertie is het begrip dat uitdrukt in welke mate een materiaal of constructie reageert op verschillen in energie of temperatuur

inertie thermisch

inertie thermisch

Bouwtechniek, BT kennis

De thermische inertie of traagheid inbouwen is belangrijk voor het comfort van een woning. Vooral in de zomer, maar ook in de tussenseizoenen en zelfs in de winter (in combinatie met stralingsverwarming). Dit begrip heeft dus zijn belang in het E-peil van een woning.

mensentaal

Materialen, en dus ook bouwmaterialen, kunnen warmte opslaan. Het ene materiaal wat meer, het andere wat minder. Dat noemen we de inertie, of de traagheid van een materiaal en wordt bepaald door de warmtebuffercapaciteit enerzijds en de massa anderzijds. Steen heeft bijvoorbeeld een grotere thermische inertie dan hout. Steen warmt trager op. Bij de minste zonnestraal zal een houten bank warm aanvoelen. Een stenen bank blijft langer koud. Maar steen koelt ook trager af. Een muur op het zuiden voelt lang na zonsondergang nog warm aan.

spelen met inertie

Dit is interessant om te weten als je (ver)bouwt. Bijvoorbeeld: een stenen huis blijft langer koel op een zomerse dag, maar koelt ’s nachts trager af. Een houten huis is zo warm, maar is ’s nachts ook zo afgekoeld. Door materialen slim te gebruiken, kan je spelen met de inertie van je huis.

Slaapkamers of ruimtes waar maar zelden iemand aanwezig is zoals vergaderlokalen bijvoorbeeld worden beter niet aangekleed met té inerte afwerkingsmaterialen. Zo zal de omgevingstemperatuur in de zomer ’s nachts snel dalen en is een snelle luchtverversing mogelijk. Wel dien je hier de zon buiten te houden door zonnewering of onderdaks de juiste isolatiematerialen te kiezen die de zonnewarmte moeilijk doorlaten. Woonkamers met inerte materiaallagen voorzien zullen tijdens een warme dag temperatuurpieken beperken en ’s nachts hun opgeslagen warmte zachtjes afstaan.

Een inerte vloerbekleding zoals een terracotta of stamplemen vloer zal in de tussenseizoenen wanneer er zon op straalt, bijdragen tot een knusse warmte. Houten vloeren daarentegen voelen warmer aan in de winter.

wat je moet nastreven

Is minstens een grote en toegankelijke mate van thermisch volume te realiseren in woonruimtes waar mensen langer aanwezig zijn (zoals woonkamers), in ruimtes die veel zonlicht te verduren krijgen of algemeen ruimtes met een zware interne belasting. Dat doe je basisbouwmaterialen zoals je isolatie of structuur maar evengoed met afwerkingsmaterialen zoals een leempleister, aangezien daar de meeste energie-uitwisseling plaatsvindt.

diffusiviteit en effusiviteit

Zijn 2 begrippen die gebruikt worden om inertie duidelijk te maken. Diffusiviteit slaat op de snelheid waarmee de temperatuur van het materiaal zal evolueren wanneer het aan warmte wordt blootgesteld : bij een lage diffusie is er een aanzienlijke faseverschuiving tussen het moment waarop warmte aan één zijde van het materiaal aankomt en er langs de andere zijde weer uitkomt. Bij een hoge diffusiewaarde  gebeurt dat snel. De warmtedoortrede wordt idealiter zodanig vertraagd dat de warmte de andere zijde van het materiaal pas bereikt, wanneer dat gewenst is (vb afgekoeld). Diffusiviteit van een materiaal is eigenlijk de temperatuurvereffeningscoëfficiënt of warmtediffusiviteit (conventioneel symbool: \alpha) is de warmtegeleidingscoëfficiënt\lambda (in W/K/m) gedeeld door de soortelijke warmte bij constante druk c_p (in J/K/kg) en gedeeld door de massadichtheid\rho (in kg/m3).

Effusiviteit drukt het vermogen uit van het materiaal om thermische energie uit te wisselen met de omgeving. Wanneer een materiaal „warm” aanvoelt is de effusiviteit laag. Denk aan isolatie en hout : het materiaal voelt sneller warm aan wanneer het blootgesteld wordt aan energie-input. Wanneer een materiaal als „koud” wordt bestempeld is de effusiviteit doorgaans hoog, zoals metaal en steen. deze materialen nemen een boel energie op zonder echt warmer aan te voelen.

Een lage effusiviteit betekent dus dat als we er onze hand op houden, het materiaal niet koud aanvoelt omdat het beter interageert met onze lichaamswarmte.

conclusie

Met de tendens om lichtere constructies te bouwen, voorzie je best de binnenmuren in de zwaarste materialen met een inert karakter zoals kalkhennepblokken, stamplemen of scheidingswandjes met leem gestuct of Fermacell gipsvezelplaten. De buitenmuren kunnen dan licht geconstrueerd worden maar stevig geïsoleerd met dense isolatiematerialen met een hoge wamtebuffercapaciteit zoals cellulose of houtwol.

Bij renovatie /isolatie aan de binnenzijde zorgt het systeem Pavadentro met leemstuc aan de binnenzijde van je buitenmuur ervoor dat het inerte karakter van je stenen muur vervangen wordt door even inerte materialen die bovendien warmer aanvoelen.

akoestische inertie

Gelijklopend met thermische inertie, zijn geluidsgolven ook een vorm van energie. Geluidsinertie is dan de capaciteit van materialen om de amplitude of curves van die energie of geluidsgolven te temperen, ze minder groot te maken.

to top of page
inertie thermisch