Klantenservice
Ecomat is geen webshop waar je amper terecht kan voor bijkomende vragen, maar een open winkel met toonzaal waar je een gesprek kan aangaan met adviesspecialisten, raad vragen, materialen voelen en bekijken, kortom een speciaalzaak waar je echt keuzes kan maken. En wij zijn er als verkoopsteam om jou te helpen.
Vind antwoorden in onze veel gestelde vragen
-
ik merk dat de draad van mijn nieuwe kastanje afsluiting aan het roesten is
Als dit een nieuwe rol kastanje afsluiting betreft, zal het zeker geen roest zijn, maar wel de tannine die uit het kastanjehout spoelt. Dit is een donkerbruin sap dat lijkt op roest.
Dit spoelt automatisch weg na enkele regenbuien. Ben je ongerust of twijfel je of het toch geen roest is? Dan kan je dit eenvoudig wegvegen met een vochtige doek.
-
op welke afstand plaats ik mijn palen uit elkaar bij een kastanje afsluiting?
Voor de laagste hoogtes (50-80-100-120cm) volstaat een tussenafstand van ca 2m tussen de palen.
Bij de hogere maten (vanaf 150cm) adviseren we een tussenafstand van ca 1,5m tussen de palen.
-
hoe klop je een kastanje paal in de grond?
Om de kans op beschadiging en splijten te vermijden mag je een paal niet volledig de grond inkloppen. Je boort eerst een gat met een grondboor (deze kan je bij ons uitlenen : maak op voorhand een afspraak en breng een waarborg mee). Daarna klop je de paalpunt verder in de grond met een houten hamer of een palenrammer (deze krijg je ook mee als je de grondboor bij ons uitleent).
-
moet ik kastanje palen met iets behandelen?
Kastanje palen zijn van nature goed bestand tegen weersomstandigheden en schimmels, door de tannines die in het hout zitten. Hierdoor zijn ze minder vatbaar voor rot en insecten dan vele andere soorten hout. Je hoeft ze dus niet extra te behandelen.
Echter, als je in zeer vochtige omstandigheden houten palen moet plaatsen, kan het aangewezen zijn om ze extra te beschermen. We raden vanuit milieu-oogpunt ten stelligste af om dit met (chemische) producten te doen.
Wat wel kan, is het hout onderaan verkolen.
Voordelen van het verkolen van een houten paal:
-
Bescherming tegen rot: Het verkolen van het hout creëert een beschermende laag op het oppervlak die voorkomt dat vocht diep in het hout kan doordringen. Dit helpt het hout te beschermen tegen schimmels, rot en insecten zoals termieten.
-
Weerstand tegen schimmels: Door het hout te verkolen worden de cellen in het hout beschadigd, waardoor schimmels minder snel kunnen groeien. Dit is vooral nuttig in omgevingen met veel vocht, zoals in de grond of in de buurt van water.
-
Verlengt de levensduur: Verkoold hout is veel duurzamer dan onbewerkt hout. Het verkolen maakt het hout harder en minder vatbaar voor slijtage door het weer. Het is dus een effectieve manier om de levensduur van palen die in de grond staan te verlengen.
-
Duurzaam: Het verkolen van hout is een milieuvriendelijke manier om de levensduur van het materiaal te verlengen, zonder het gebruik van schadelijke chemische behandelingen.
Hoe verkool je een houten paal?
Je kan de een vuurtje maken en je palen daarin zwartblakeren of je kan een brander of een gasvlam gebruiken om het hout gelijkmatig te verhitten. Dit moet voorzichtig gebeuren om ervoor te zorgen dat de paal niet volledig verbrandt. De bedoeling is om een zwart verkoold oppervlak te creëren zonder het hout volledig in vlammen op te laten gaan.
-
-
wat is de brandweerstand van een materiaal?
De brandweerstandsklasse (volgens NEN-EN 13501-1) is gebaseerd op het onaangepaste basismateriaal. Om de brandweerstand te verhogen worden vaak brandwerende stoffen toegevoegd zoals zouten of brandvertragers. De uiteindelijke brandweerstandsklasse is daarom afhankelijk van de gekozen fabrikant. Voor het toepassen van materialen stelt de wetgeving belangrijke eisen met betrekking tot de brandweerstand.
A1 onbrandbaar; A2: praktisch onbrandbaar; B: zeer moeilijk brandbaar; C: brandbaar; D: goed brandbaar; E: zeer brandbaar; F: uiterst brandbaar.
-
wat is de A-waarde van een materiaal?
De A-aarde of waterabsorptiecoëfficiënt van een materiaal geeft aan met welke snelheid vocht wordt opgenomen door een materiaal en weer afgegeven wordt. De waarde wordt uitgedrukt in kg/(m².s 0.5). Materialen met een lage waterabsorptie : 0.00-0.42, zoals kurkisolatieplaten (A=0.17kg/(m².s0.5)); isolatiemateriaal met een gemiddelde waterabsorptie : 0.86-2.85 zoals hennepwol (A=1.5kg/(m.s 0.5)); materialen met een hoge waterabsorptie scoren tussen 6.43 en10, zoals cellulose isolatie (A=10kg/(m².s0.5).
-
wat betekent CO2 negatief?
CO2 positief betekent dat het materiaal bij productie meer uitstoot dan het opneemt: de productie ervan is schadelijk voor het milieu. CO2 negatief betekent dan dat het materiaal in productie meer CO2 opneemt dan het uiststoot: het heeft daarmee een positieve waarde op het milieu
-
kan je een houten vloer schilderen?
Je kan eventueel een oude houten vloer schilderen. Dit doe je dan best met de PURA lakverf van Copperant, afgewerkt met 2 lagen van de Flora vernis van datzelfde merk voor een slijtvast resultaat. Een lakverf geeft een dekkende, gelijkmatige laag. Als je de vloer wil gaan kleuren en toch nog houtstructuur zichtbaar wil laten, kan je aan de slag gaan met de watergedragen PURA beits van Copperant die je dan eveneens gaat afwerken met de Flora. Een vernis is op een gekleurde vloer echt een must, aangezien het dan gaat om een toplaagje dat met de juiste bescherming slijtvast genoeg is om te belopen.
-
hoe vaak moet ik mijn houten vloer dweilen?
Zorg er vooral voor dat je regelmatig stofzuigt of veegt, zodat er geen vuil kan intrekken in je vloer of er zandkorrels kunnen schuren. Àls je dweilt, voeg dan zeker een scheutje plantenzeep van Leinos aan het water toe om ervoor te zorgen dat je vloer ook met een zàchte zeep wordt gereinigd. Eens om de 4 keren dweil je dan met de reinigingsmelk van Leinos i.p.v. met de zeep om je hout te voeden.
-
hoe krijg je watervlekken uit je houten vloer
Watervlekken die diep in je hout zijn getrokken krijg je het beste weg met een propje zeer dunne staalwol en wat olie. Werkt dat niet, ga je echt plaatselijk moeten schrobben met een afwassponsje en intensiefreiniger of ontweringswater. Daarmee zet je het hout echt opnieuw helemaal blank. Weet wel dat je in dit laatste geval een verschil kan merken tussen het behandelde hout en de opnieuw behandelde vlek die lichter gaat kleuren.
-
kan je een vernis aanbrengen op een geoliede vloer en omgekeerd?
Over een vernis heen kan je géén olie aanbrengen. Een vernis is een ondoordringbare laag en de olie kan dus niet indringen in het oppervlak en zo niét de juiste bescherming bieden. Een oude vernis moet volledig worden verwijderd voordat je aan de slag kan gaan met olie. Zorg dat je deze volledig verwijderd en eindigt met schuren bij korrelgrootte 120.
Omgekeerd, over een olie kan je in bepaalde gevallen een vernis aanbrengen, maar let op, zorg ervoor dat je op z’n minst zéér grondig reinigt en ontvet én een test aanbrengt. Als de olielaag te vers is, kan je hechtings-of drogingsproblemen krijgen.
-
wat met levensduur van een vernislaag?
Een houten vloer die behandeld werd met meerdere lagen vernis, gaat doorgaans pas na 10 à 15 jaar opnieuw behandeling behoeven. Terwijl je een oliebehandeling nog kan aanpakken zonder schuurwerk, ga je de vernislaag wél moeten verwijderen door schuren alvorens opnieuw enkele vernislaagjes aan te brengen. Zowel bij de eerste behandeling, als bij het onderhoud, is het interessant om meerdere lagen aan te brengen, zodat je zeker bent van de correcte laagdikte én van een lange levensduur van je behandeling. Een olie geeft verzadiging van je hout en je kan moeilijk te veel lagen aanbrengen, maar een vernis kan je dus gerust een laagje meer geven. Als je vloer zeer intensief gebruikt wordt, kan je best kritisch kijken naar grotere krassen, daar kan nl. vuil en water onder geraken en dat geeft ook lelijke verkleuringen, dergelijke krassen best (eventueel plaatselijk) opschuren en de vernislaag herstellen.
-
hoe vaak moet je een geoliede vloer behandelen?
Dit is sterk afhankelijk van het gebruik en dus belasting van de vloer, van het onderhoud en zelfs van de houtsoort. Reken toch op een wat intensiever onderhoud na 5 à 10 jaar. Dat wil zeggen dat je als je merkt dat bv. waterdruppels sneller in het hout dringen, er wat kleine vlekjes ontstaan, zo snel mogelijk actie onderneemt en je vloer gaat reinigen en opnieuw oliën. Hoe sneller je anticipeert op de signalen dat je hout gevoed moet worden, hoe minder vlekken er kunnen ontstaan en hoe minder werk je dit gaat kosten. Als je te lang wacht, kan het zijn dat je gaat moeten schuren voor de behandeling en dat is een pak meer werk!
-
hoelang moet de behandeling drogen?
Doorgaans kan je een behandelde vloer met hardwasolie of vernis na één dag voorzichtig belopen op kousenvoeten. Let op, beter niet op blote voeten, aangezien je voeten ook huidvet bevatten en dit kan nog indrukken achterlaten. Na 3 dagen kan je voorzichtig gaan bemeubelen, maar probeer werkschoenen of schoenen met rubber te vermijden, deze kunnen nog zwarte strepen achterlaten. (tip voor mocht dit toch gebeurd zijn : met een vlakgom de zwarte strepen voorzichtig verwijderen). Na 10 dagen is doorgaans de behandeling uitgehard. Probeer de vloer stof-en vuilvrij te houden, pas na 1 maand kan je aan de slag met een sopje.
-
hoe bescherm ik mijn houten vloer?
Uiteraard is het de bedoeling dat je je houten vloer of parket goed gaat behandelen met een olie of vernis. Maar daarbuiten zijn er nog een aantal dingen die je kan doen om je hout mooi te houden. Probeer in eerste instantie je houten vloer zo min mogelijk te belasten met het dragen van schoenen binnenshuis. Het is niet voor niets dat men in de Sacndinavische landen met die mooie lichte, houten vloeren, de gewoonte heeft om pantoffels aan te bieden, ook aan gasten.Gebruik viltjes onder je meubels of aangepaste wieltjes, zodat het dagelijks verplaatsen geen sporen achterlaat. Gebruik een zachte en/of voedende zeep zodat je (zeker bij een geoliede vloer) steeds optimaal reinigt én voedt. Gebruik bij voorkeur een parketborstel op je stofzuiger of een zachte bezem én leg een goede droogloopmat om zand en vuil te voorkomen. Voorzie een schaal en plantenroller onder je grotere plantenpotten die op de grond staan, zodat een lek geen sporen kan achterlaten. Ruim zo snel mogelijk geknoeide vloeistoffen of een “ongelukje” op, zodat deze geen tijd hebben om in het hout te dringen. Toch een vlek? Probeer eerst het euvel te verhelpen met een vlekkenreiniger.
-
behandelen met een olie of eerder met vernis?
Met een vernis zet je echt een ondoordringbaar laagje op het hout. Dit kan zeker een voordeel zijn in bv. de badkamer of de keuken, waar risico is op water/vloeistoffen waar je er niet meteen erg in hebt en niet meteen gaat opvegen. Of bij zwaar belopen vloeren, een druk gezin of huisdieren. De Flora vernis van Copperant is een zeer matte, kleurloze vernis die visueel het hout zeer natuurlijk achterlaat. Ben je op zoek naar een natuurlijke uitstraling mét dat tikje meer qua bescherming, dan is dit een zeer goede oplossing. Geef je de voorkeur aan een wat warmere uitstraling, al dan niet met een verdieping van kleur of eerder met het effect van een whitewash of tint, dan kan je kiezen voor de Hardwasolie van Leinos. Ook een goede bescherming, maar wel voorzichtig blijven met vloeistoffen of vuil dat langere tijd in kan dringen, dit geeft nl. vlekken.
-
hoe krijg je krassen uit linoleum?
Bij krasjes of andere kleine beschadigingen wordt meestal aangeraden wat lijnolie (een van de bestanddelen van linoleum) in te wrijven en dat te laten uitharden. Als er echt wat slijtage komt te zitten op je linoleum vloer, na jarenlang intensief gebruik, kan je zelfs het oppervlak lichtjes opschuren met zeer fijn schuurpapier en olie.
-
kan linoleum verkleuren?
Linoleum bevat lijnolie. Lijnolie heeft de eigenschap om bij een tekort aan licht, te gaan oxyderen en verkleuren. Het kan dus gebeuren dat je linoleum onder de kast bv. een andere kleur krijgt dan aan het raam. Dit kan wel na blootstelling aan licht weer wat wegtrekken. Een nieuwe linoleum zal altijd ook ietsje “gelig” zijn, door dezelfde werking, ook dit zal na plaatsing verdwijnen.
-
waarom linoleum vloer?
Linoleum is niet voor niets een populaire vloer. Het dempt geluid en trillingen, is brandwerend, slijtvast, kleurvast en bacterie resistent. Het is binnen de “zachte vloerbekleding” een wat hardere vloer die je daarom vaak tegenkomt in ruimtes die intensief worden gebruikt, zoals woonkamers, kantoren, ziekenhuizen en openbare gebouwen. Verder is linoleum zeer dun en dus doorgaans goed te gebruiken bij renovaties. Linoleum is ook een stuk minder kil dan een tegelvloer en dus prettiger om te betreden met blote voeten, bovendien prima toe te passen in combinatie met vloerverwarming.
-
wat is het verschil tussen marmoleum en linoleum?
Hier kunnen we kort over zijn : er is geen verschil tussen linoleum en marmoleum. Marmoleum is namelijk een merknaam voor linoleum, het is de linoleum vloer van het merk Forbo. Er zijn vele types en kleuren linoleum verkrijgbaar van dit merk.
-
is linoleum geschikt voor in de keuken?
Linoleum is geschikt voor gebruik als vloerbekleding in de keuken. Gemakkelijk schoon te houden, te combineren met vloerverwarming en bestand tegen vetten en huishoudelijke zuren, op voorwaarde dat deze bij morsen ook weer bijtijds worden opgeveegd. Wel is het heel belangrijk dat je een droogloopmat voorziet, als er een in- en uitgang is van de keuken naar de tuin bv. Zand, steentjes en vuil, kunnen bij regelmatig en langdurig inwerken, lelijke slijtage veroorzaken. Alles wat je goed en zorgvuldig onderhoudt, gaat langer mee!
-
kan linoleum tegen water?
An sich bestaat linoleum uit materialen die waterafstotend zijn (denk vooral aan lijnolie die aanwezig is). Het oppervlak kan goed overweg met “morsen” van vloeistof. Op voorwaarde dat deze bijtijds worden weggeveegd. Een plantenpot die lek is en steeds op dezelfde plaats staat, zonder dat je het bemerkt, geeft na verloop wél een onuitwisbare kring, net zoals bij hout het geval is. Wat erger is, is water dat onder de linoleum terecht komt, dat kan ervoor zorgen dat je linoleum in blazen trekt en gaat vervormen. Dàt krijg je niet zomaar opgelost en vergt herstelling.
-
welke ondergrond voor linoleum?
De ondergrond moet egaal, droog en helemaal schoon zijn. De minste oneffenheid is zichtbaar, nadat de vloer is geplaatst. Bij betonnen ondergronden zelfs chape, is het in de meeste gevallen nodig om een egaline aan te brengen. Dit is iets wat de plaatser gaat bepalen. Linoleum wordt het best op de volledige ondervloer vastgelijmd en vervolgens met een wals vastgehecht. Verder is het, zoals bij parket, geen slecht idee om eerst het linoleum minstens 24 uur te laten acclimatiseren binnen de ruimte waarin ze geplaatst moet worden. Zo voorkom je te sterke uitzetting van het materiaal, eens geplaatst.
-
kun je linoleum zelf leggen?
Er bestaat linoleum dat met een kliksysteem werkt, net zoals laminaat, dit is de marmoleum click van Forbo. Deze is makkelijk zelf te plaatsen. De marmoleum op rol vraagt plaatsing door een vakman. Dit type vloerbedekking vergt een zeer goede voorbereiding van de ondergrond en bovendien heel wat deskundigheid bij het hanteren van het materiaal (oa. lassen van de naden en de stugheid spelen hierin mee).
-
hoe onderhoud je linoleum?
Verwijder los vuil en stof met een stofzuiger, mop of bezem. Dit is van groot belang, aangezien inwerken en krassen van stof en zand ook slijtage geven op termijn, hoe goed linoleum daar ook tegen bestand is. Dweilen doe je met lauw water en een scheutje zachte, voedende zeep, zoals de plantenzeep van Leinos. Zorg ervoor dat je niet te veel water gebruikt, water dat op de vloer blijft liggen, kan de vloer beschadigen. Wil je lichte krassen of slijtsporen verwijderen dan kan voorzichtig schuren hierbij helpen. Dan kan je met een zeer fijne korrel (240 bv.) en dan nat schuren met een onderhoudsolie, vraag hierover altijd advies! Je kan ook altijd, na jaren intensief gebruik, je linoleum vloer opnieuw behandelen met een dunne olie, zo zijn de kleuren weer diep en intens en is je vloer weer bestand tegen vuil.
-
hoe lang gaat linoleum mee?
We zeggen hier bij Ecomat vaak al lachend dat een linoleum vloer niet verslijt en je op een bepaald moment echt een nieuwe vloer wil, maar de linoleum vloerbedekking nog lang van geen wijken weet. Bij goed onderhoud en normaal gebruik , gaat deze robuuste vloer alvast 30 jaar mee. Maar zoals het met alles gaat, onderhoud is hier een cruciale factor.
-
wat is het verschil tussen “vinyl” en linoleum?
Het belangrijkste verschil tussen de twee vloerbedekkingen ligt in hun materiaalsamenstelling. Terwijl linoleum voor 97% bestaat uit natuurlijke grondstoffen zoals lijnolie, hars, houtmeel, kalksteen en pigmenten; wordt “vinyl” uit PVC gemaakt. Dat is een kunststof en er is bovendien kans op gebruik van weekmakers, dus niet zo vriendelijk voor ons milieu, noch voor je binnenklimaat (hoewel daar tegenwoordig een strikte regelgeving is, die uitstoot van kwalijke stoffen aan banden legt).Technisch gezien, kan linoleum ook beter tegen een stootje en is dit materiaal bestand tegen normale gebruikssporen en lichte krassen, zware meubels en verkleuring. Vinyl is een stuk gevoeliger voor beschadigingen en is bovendien, door de zachtheid van het materiaal gevoelig aan afdrukken die worden achtergelaten door zware meubels.
-
kan je kurk in de badkamer leggen?
Kurk is eigenlijk van zichzelf een redelijk waterbestendig materiaal. Het is dus zeker geschikt om toe te passen in een badkamer, zowel als wand- als als vloerbekleding. Echter, net als hout zal kurk verkleuren en verweren onder invloed van water, dus het is absoluut noodzakelijk om je kurken vloer of wand goed te beschermen. Dit doe je met vernis of hardwasolie, afhankelijk van de intensiteit van de “belasting”. Een vernis gaat je in een badkamer altijd wat meer zekerheid geven. Dit is de Copperant Flora, een watergedragen én biobased vernis die geweldig mat is en heel onzichtbaar.
-
kan je kurk over tegels leggen?
Kurk is een dunne vloerbekleding (4mm), je kan dus niet zomaar een kurktegel over een oude tegelvloer heen leggen, aangezien je dan meteen de aftekening van de onderliggende tegelvloer zal gaan zien in je kurk. Wat wél mogelijk is, is dat jijzelf of je plaatser, eerst een egaline aanbrengt op de bestaande tegelvloer en daar kan je dan perfect je kurktegels op verlijmen. Laat je goed adviseren over het geschikte type egaline! Eventueel kan het ook een optie zijn aan de slag te gaan met een clicktegel. Dit op voorwaarde dat je onderliggende tegels geen tè diepe voegen vertonen, niét gewoon “op zand” liggen, maar op een degelijke en waterdichte ondervloer en de vloer dus ook perfect vlak ligt.
-
hygoscopisch of hydrofoob isolatiemateriaal?
Hydrofoob en hygroscopisch zijn twee verschillende eigenschappen van isolatiematerialen met betrekking tot vocht.
1. Hydrofoob isolatiemateriaal: “waterafstotend.” Hydrofoob isolatiemateriaal heeft de eigenschap om water af te stoten of waterafstotend te zijn. Dit betekent dat het niet gemakkelijk vocht absorbeert of doorlaat. Voorbeelden van hydrofoob isolatiemateriaal zijn materialen zoals gesloten-cel schuim, polyurethaan en geëxtrudeerd polystyreen (XPS), die vaak worden gebruikt om vocht buiten te houden en isolatie te bieden.
2. Hygroscopisch isolatiemateriaal verwijst naar de eigenschap van een materiaal om vocht uit de omgeving op te nemen. Hygroscopisch isolatiemateriaal heeft de neiging vocht te absorberen en vast te houden. Dit kan handig zijn in situaties waarin vochtregulatie belangrijk is, zoals in bepaalde klimatologische omstandigheden of in gebouwen om vochtproblemen te voorkomen. Een voorbeeld van een hygroscopisch isolatiemateriaal is cellulose-isolatie.Kortom, het belangrijkste verschil tussen hydrofoob en hygroscopisch isolatiemateriaal is hoe ze omgaan met vocht: hydrofoob stoot vocht af, terwijl hygroscopisch vocht kan absorberen. De keuze tussen deze materialen hangt af van de specifieke isolatiebehoeften en omgevingsomstandigheden.
-
hoe roetdoorslag vermijden uit je binnenpleister?
Galtane Isolan is een isoleerverf met een klein korreltje. dit is onze meest ecologische optie. Voor toepassingen waar dit niet werkt raden we de volgende stappen aan met behulp van Reynchemie producten: muur reinigen met RC gevelreiniger; na uitdrogen aanbrengen van RC 850 tweecomponenten voorstrijk in 3mm; vol instrooien met zand typeM31 (zodat het lijkt op ruw schuurpapier; dan je leem of kalkpleister aanbrengen.
-
welke inblaasisolatie kies ik?
iQ3 cellulose (papiervlokken) is de bekendste inblaasisolatie. Deze is het meest ingeburgerd en is vaak de goedkoopste met uitstekende thermische en goede akoestische eigenschappen. Ook de beste keuze bij complexe houtconstructies: het vult de kleinste holtes. Houtwolvlokken van Pavawood Fibre zijn beter tegen zomerwarmte maar meer geschikt voor het vullen van rechtlijnige nieuwe constructies gemaakt met I-profielen of LVL balken. Neptutherm zeegrasvlokken bieden nog meer zomerkoelte maar zijn zeer prijzig. Anderzijds de beste vochtresistente inblaasvlok. Exie strovlokken bieden grote zomerkoelte en de beste akoestische isolatie.
-
gevelisolatie aanbrengen binnen rooilijn
Biobased gevelisolatie plaatsen die voldoet aan de isolatienormen van 2023, is vaak net iets dikker dan toegelaten (14cm). Dit heeft de wetgever nog niet voorzien maar er wordt aan gewerkt!
-
wat is de beste dakisolatie?
De beste dakisolatie is isolatie die je beschermt tegen koude, warmte en omgevingslawaai. De biobased isolatiematerialen zoals houtwol, cellulose, strovlokken en graswol zijn daar doorgaans sterker in dan de minerale of synthetische isolatieproducten.
-
wat is de beste spouwmuurisolatie?
Een spouwmuur isoleren doe je best met waterbestendige en voldoende ademende isolatieproducten. Minerale wol is hiervoor uitstekend. Biobased isolatie zoals isolatiewol dient tussen een extra constructie te worden geklemd en afgeschermd te worden door een gevelfolie. De enige biobased isolatiematerialen die handig en waterwerend genoeg zijn voor in een spouw zijn geagglomereerde kurkkorrels en kurkisolatieplaten.
-
kan je geverfde muren schoonmaken?
Je kan een standaard dispersieverf zoals de PURA Muurverf extra mat en de PURA Monopac zeker afwassen. Het gaat natuurlijk om een muurverf , dus als er een kinderhandje passeert met balpen of vilstift, daar is geen sopje tegen opgewassen. Leem, kalk en caseïneverven zijn niét afwasbaar. Deze verven zijn bij uitstek bedoeld om een visuele meerwaarde te geven, maar bevatten te weinig bindmiddel om afwasbaarheid te garanderen.
-
kan je een muur plaatselijk herschilderen?
Neen, het is àltijd aan te raden een volledige muur te overschilderen. Verf verkleurt mettertijd . door zonlicht, door vuil worden. Het is dus quasi onmogelijk om plaatselijk en niet zichtbaar bij te werken. Uitzondering op de regel is doorgaans leemverf. Met leemverf kan je op een niet-vervuilde muur én met een standaard basiskleur wél plaatselijk herstellen. Als je zelf aan de slag gaat met kleuren mengen, kan je best een potje opzij houden met de juiste menging, maar denk er wel aan dat leemverf een beperkte houdbaarheid heeft.
-
hoe kan je een beschadigde muur herstellen?
Bepleisterde muren kan je best repareren met een plamuur in de juiste materie. D.w.z. bij gipspleister ga je aan de slag met een gipsplamuur. Bij kalk-en leempleister ga je herstellen met respectievelijk kalk of leempleister in de juiste korrelgrootte. Daarna kan je de muur overschilderen. Doorgaans is het ook best dat je de volledige muur herschildert, dan heb je het minste kans op vlekvorming of lelijke kleurverschillen.
-
hoe kan je felle of donkere kleuren overschilderen?
Zowel als je felle of donkere kleuren wil overschilderen, of je wil op een licht oppervlak met deze tinten aan de slag, is een goede voorbereiding essentieel. Je kan best voordat je de eigenlijke verflaag aanbrengt, een laag lichtgrijze grondverf aanbrengen. Deze zorgt ervoor dat de felle of donkere laag de lichte laag mooi dekt. Een intense kleur heeft nl. altijd wat minder dekkracht door de samenstelling van deze verven. Omgekeerd ook, een lichte verf bevat wel heel wat wit pigment, maar toch kan deze wat moeite hebben om een donkere kleur te bedekken, lichtgrijze grondverf ook daar.
-
zijn er verschillende soorten afplaktape?
Er zijn zeker verschillen in de soorten afplaktape. De paarse is de tape met het laagste lijmgehalte en is dus ideaal om op nieuwe verflagen te gaan afplakken. Let wel, zorg ervoor dat je verf helemaal uitgehard is, zo niet kunnen de lijmen de verflaag gaan beschadigen! De groene tape is dan weer de meest sterke tape en wordt doorgaans gebruikt voor afplakwerk buiten op bv. Glas of om scherpe aflijning te verzorgen tussen laklagen. De gele is de meest courante en kan doorgaans op alle bestaande verfwerk worden toegepast. In alle gevallen : probeer je tape niet te lang te laten hangen. Licht en vocht tasten de papierlaag aan en kunnen ervoor gaan zorgen dat de lijm gaat inwerken in de verflaag.
-
moet je verf verdunnen?
Verf moet zeker niet per definitie verdund worden. Verf haalt deels ook haar dekkracht uit de dikte van haar substantie. Er bestaat ook zoiets als een aanbevolen laagdikte en door de verf te verdunnen, ga je die laagdikte doorgaans ook niet halen en dus niet de juiste dekking én afwasbaarheid bekomen.
-
kan je leemverf ook rollen of moet het altijd met een kwast?
Leemverf is het mooiste als je deze aanbrengt met een kwast. Eventueel kan je de witte leemverf aanbrengen met een rol, maar vergeet niet dat leemverf behoorlijk dik is van substantie en rollen dus ook niet zo makkelijk is. Werk ook steeds kruiselings, in rechte banen valt je overlap heel sterk op en komt je mooie techniek eerder slordig en niet correct aangebracht over.
-
kan je wandkurk schilderen of behangen?
Eerst en vooral : de keuze voor wandkurk is uitermate duurzaam. Een wandkurk gaat niet verslijten en kan je leven lang meegaan. Bovendien is wandkurk akoestisch dempend én gaat deze ook in bepaalde gevallen een beetje thermische voordelen kunnen bieden. Ben je echter na jaren toch het uitzicht beu, dan kàn je kurk perfect schilderen of behangen!
-
moeten voorbehandelde kurktegels ook nog nabehandeld?
Jazeker! Ook de zgn. voorbehandelde kurk moet nog “afgelakt” worden! Deze tegels zijn gekleurd of alvast een eerste keer behandeld, maar moeten evengoed nog enkele lagen vernis krijgen om tot de juiste laagdikte beschermd te zijn. Het grote verschil is, dat wij bij Ecomat kiezen voor de meest natuurlijke behandeling en zelfs onze vernis biobased is! Voorbehandelde kurk is altijd behandeld met een synthetische vernis.
-
kan kurk uitzetten?
Kurk is een natuurproduct dat na droging en verwerking gevoelig blijft voor omstandigheden van het binnenklimaat. Dit betekent dat het kan uitzetten en krimpen. Hoe vochtiger de lucht, hoe groter de kans dat de kurk gaat uitzetten.
-
kurk vloeren en vloerverwarming?
Een kurkvloer presteert zeker goed in combinatie met vloerverwarming. Dit materiaal is een goede warmte geleider en heeft een isolerende werking. Hierdoor blijft de warmte langer behouden en wordt er minder energie verbruikt.
-
hoe lang gaat kurk mee?
Kurk kan mits het juiste onderhoud makkelijk 15 à 20 jaar meegaan en is dus zeker een duurzaam product. Weet wèl dat het om een zachte vloerbedekking gaat die op een correcte manier moet worden behandeld en onderhouden voor een optimale levensduur!
-
welke ondervloer voor kurk?
De kurken clicktegel heeft zélf een onderlaag van kurk van ca 2mm. Deze heeft alvast een prima dempende werking zodat je niet het storende stapgeluid ervaart als bij bv. Laminaat het geval kan zijn. Er bestaan zeker nog extra ondervloeren (vanaf 1mm) die je extra kan toepassen onder de clicktegels, maar dit is niet noodzakelijk.
-
hoe moet je kurk onderhouden?
Zorg dat je regelmatig een stofzuiger met parketborstel gebruikt. Dit om de kans op krassen zo klein mogelijk te houden. Vuil en zand kunnen nl echt wel het oppervlak beschadigen. Daarnaast is het wel verstandig om te dweilen of te poetsen met reinigingsmiddelen die geschikt zijn voor een vloer van kurk en aangepast zijn aan de gekozen behandeling. Bij vernis gebruik je een zachte allesreiniger (bv. de allesreiniger van Galtane of Yokuu), bij geoliede kurk de plantenzeep en voedende reinigingsmelk van Leinos.
-
kan kurk beschimmelen?
Ja. Onbehandelde kurk kan bij langdurige blootstelling zeker last krijgen van schimmel. Bovendien verkleurt onbehandelde kurk onder invloed van betreding (vuil, huidvet) én vermits het een zacht materiaal is, kan het dan ook slijtage vertonen en krassen. Behandelen is dus een noodzaak. Dit doe je met vernis of olie.
-
in hoeveel lagen breng je best een behandeling aan?
Ga je een kurkvloer of kurkwand vernissen of oliën, doe dit dan zeker een 3-tal keer. Zo weet je zeker dat de laagdikte gerespecteerd wordt voor een optimale bescherming.
-
is kurk waterbestendig?
Kurk is een materiaal dat de eigenschap heeft om in bepaalde mate waterafstotend te zijn. Maar desondanks kan onbehandelde kurk toch gaan schimmelen in erg vochtige ruimtes of bij langdurig contact met water. Kurk zal bij langdurige en/of regelmatige blootstelling aan vocht sowieso gaan verkleuren. En bij toepassing in je interieur is dit uiteraard niet de bedoeling. Er wordt aangeraden je kurk te vernissen of op z’n minst te behandelen met een olie om deze extra te beschermen!
-
wat is dampopen verf?
Ook wel eens “ademende verf” genoemd. Heel eenvoudig, dampopen verf laat waterdamp door. Het aanwezige vocht kan het beschilderde materiaal verlaten. Dit is uitermate belangrijk bij muurverf, omdat je vocht zich anders ofwel een weg baant en de verf afduwt en deze gaat afbladderen, ofwel in je muur gaat blijven zitten en vochtproblemen kan gaan veroorzaken. Bij lakwerk ligt het weer wat anders, daar is het uitermate belangrijk dat je bij schrijnwerk het vollédige schrijnwerk dampdicht behandelt (met een lakverf dus) en niet deels met lakverf en deels met oliebeits bvb.
-
mijn verf droogt niet. Hoe komt dat?
Als je verf niet droogt, kan dat te maken hebben met verschillende factoren. De meest voorkomende oorzaken zijn een te hoge luchtvochtigheid, een niet (goed) ontvette ondergrond of het niet goed oproeren van de verf voor gebruik. Ook kan dit voorkomen bij verf die al enige jaren oud is.
Wat vaak helpt is een trucje uit grootmoeders tijd. Neem de verf af met water waar je een fikse scheut schoonmaakazijn in hebt gegooid. De verf ‘schrikt’ dan even en kan zomaar toch aan een snellere droging beginnen.
-
is lakverf harder dan grondverf?
Nee, het tegenovergestelde is zelfs waar. Grondverf dient om een goede hechting van de verf te verkrijgen. Daarom is grondverf open van structuur, zodat de verf zich beter kan hechten.
-
hoe lang duurt een muur verven?
Gemiddeld genomen moet je per m2 rekenen op ongeveer 6 minuten als je de muur mooi egaal wilt krijgen. Hierbij gaan we uit van het gebruik van grote muurverfrollers voor de grote oppervlakken. Met kleinere rollers en kwasten duur het verven logischerwijs ook langer. Verder hangt het uiteraard ook samen met je ervaring en werktempo.
-
wat is het verschil tussen verf en lak?
Lak is de verzamelnaam voor matte of glanzende verf voor de toepassing op hout en metaal. In lakken of verven worden verschillende materialen verwerkt, zoals oplosmiddelen, pigmenten, additieven en bindmiddelen. Lak vormt een dekkende wat hardere laag dan muurverf.
-
is grondverf nodig op een bestaande verflaag?
Grondverf verven over een laag bestaande verf is in de meeste gevallen niet nodig. Zolang er sprake is van een goede hechting van de verflaag is gronden niet nodig. Zorg er wel voor dat je ontvetten en opschuren niet vergeet als stap vóórdat je de bestaande verflaag gaat overschilderen met een laklaag.
-
moet je schuren tussen 2 laklagen?
Doorgaans is het voldoende om te schuren tussen grondlaag en laklaag. Tussen de verschillende laklagen is écht schuren meestal niet aan de orde. Als je merkt dat de laag te glad word voor een volgende laag, of je ziet (vooral voorkomend bij een watergedragen lakverf) dat je ondergrond wat “pluist”, kan je gebruik maken van een zgn. matteringssponsje, fijner om hoeken en kanten te bereiken.
-
hoe voorkom je een vel op oliehoudende lakverf in de pot?
Een methode kan zijn door zelf voor een vel op de grondverf te zorgen. Met plastic folie bijvoorbeeld. Door een laagje aan te brengen op de verf en ook aan de randen zodat daar zo min mogelijk zuurstof door ontsnapt, zal de vel op de grondverf optimaal voorkomen kunnen worden. Je kan er ook voor kiezen de pot na gebruik goed te sluiten, af te dichten met schilderstape en ondersteboven te bewaren. Zo gaat je vel zich bij omkeren op de bodem bevinden. Wees wél voorzichtig bij omroeren zodat je het vel niet beschadigt en je schilfers in je lak krijgt.
-
kun je in de avond ook schilderen?
Begin in voor- en najaar niet te vroeg op de dag en ga 's avonds niet te lang door. Enerzijds door vermindering van lichtinval, maar (vooral bij buitenwerk) loop je risico op condensvorming door sterke temperatuurverandering, waardoor de verf slecht droogt en in bepaalde extreme gevallen zelfs slecht hecht door het hoge vochtgehalte van de ondergrond. In de droge zomermaanden kan het echter wél interessant zijn vroeg aan de slag te gaan, aangezien het dan nog niet te warm is en de verflaag dan te snel opdroogt.
-
is schuren altijd nodig?
Eigenlijk is het in alle gevallen verstandig om eerst te schuren voordat je gaat lakken. Door eerst goed te schuren kan de verf beter hechten. Wanneer je op een gladde ondergrond gaat verven kan de verf namelijk naar beneden glijden. Bij een gladde ondergrond is het dus niet verstandig om te verven zonder te schuren. Tussen grondlaag en laklaag wordt geadviseerd om even lichtjes op te schuren met een zachte korrel of een matteringspad.
-
eerst reinigen of eerst schuren bij lakwerk?
Bij lakwerk best ontstoffen en eventueel ontvetten/schoonmaken voordat je gaat schuren! De kans is anders groot dat je het vuil in je poriën schuurt. Om verantwoord bezig te blijven raden wij je aan om een milieuvriendelijke, biologische ontvetter te gebruiken, bvb de Copperant Multicleaner of de Galtane allesreiniger. Bij bepaalde houtsoorten kan het gebruik van de Galtane alcohol nodig zijn.
-
waarmee maak je oud schilderwerk schoon voordat je gaat schuren?
Aan de slag gaan op een vuile, stoffige of vette muur geeft gegarandeerd hechtingsproblemen. Is het niet bij deze verflaag, dan misschien wel bij een volgende. Je wanden reinig je ofwel met een schone, vochtige doek, ofwel gebruik je een beetje allesreiniger als er echt sprake is van vuilsporen. Vergeet dan niet om nogmaals met een vochtige doek zonder afwasmiddel “na te spoelen”, zeepresten kunnen ook problemen veroorzaken.
-
wat schilder je eerst muur of plafond?
Schilder eerst het plafond, zo voorkom je dat er verfspatten op de pas geschilderde muur komen. Dan schilder je best eerst de hoeken en de randen van de muren, die kan je dan netjes “aanrollen” zodat je geen vreemde streepvorming te zien krijgt. Zelfs al ga je muur en plafond in hetzelfde kleurtje afwerken, best nog eerst van bovenaf beginnen. Spatten zijn altijd wat “dikker” en kunnen zichtbaar blijven op de muur en slordig overkomen.
-
wat zit er allemaal in verf?
Verf bestaat uit een deel vaste stof en een deel vluchtige stof. De vluchtige stof kan een oplosmiddel (al dan niet biobased) of water zijn dat verdampt tijdens het drogingsproces. Het vaste deel blijft dus na droging over en bestaat altijd uit een bindmiddel (biobased in ons geval) en ook uit vulstoffen (krijt of leem of kalk bvb.), pigmenten, siccatieven(droogstoffen) en andere additieven. Bij onze ecologische verven worden die additieven tot een absoluut minimum herleid én onze producenten gaan steeds op zoek naar de meest milieu- én mensvriendelijke grondstoffen.
-
hoeveel lagen moet je schilderen?
Doorgaans wordt aanbevolen 2 lagen op te zetten. Dit is belangrijk voor : de kleurjuistheid, de afwasbaarheid en het egale uitzicht. Bij bepaalde verftypes en in het geval van onderhoud van je verflaag, kan dit afwijken en kom je er met één enkele laag..
-
hoe lang kan je (ecologische) verf bewaren?
Doorgaans wordt voor een watergedragen muur- en lakverf minimaal 12 maanden en voor een oliehoudende lakverf 3 jaar gerekend, koel en droog bewaard.
Hou er rekening mee dat je net kiest voor een ecologische verf omwille van de verminderde hoeveelheden bewaarmiddelen en schimmel- en bacteriedodende producten die schadelijk zijn voor onze gezondheid. Die keuze brengt dus wel een beperktere houdbaarheid met zich mee.
Een belangrijke tip : giet nooit niet-gebruikte verf terug in de verfpot, deze kàn al schimmelsporen en bacteriën bevatten en je verf sneller laten vervallen!
-
wat is PUR of PIR isolatie?
Polyurethaanschuim (PUR) wordt gemaakt door twee vloeibare componenten, een polyol en een isocyanaat, met elkaar te mengen.
Polyisocyanuraatschuim (PIR) wordt geproduceerd door een vergelijkbaar proces als polyurethaanschuim (PUR), maar met enkele verschillen in de gebruikte grondstoffen en de chemische reacties die plaatsvinden. PIR is een sterker isolerende versie van PUR.
PUR en PIR behoort niet tot de groep van ecologisch duurzame isolatiematerialen. Meer info hier.
-
wat is het beste isolatiemateriaal?
De beste isolatiematerialen zijn materialen die zorgen voor minder energieverbruik in winter en zomer (om te koelen), die zorgen voor rust in huis (akoestische werking), die bijdragen tot een gezond binnenklimaat (vochtregulerend) en gezond zijn in verwerking en gebruiksfase. Ze worden het liefst lokaal geproduceerd (verminderen transport) met weinig energie-input en slaan Co2 op Voorbeelden hiervan voor de Belgische markt zijn: graswol, inblaas cellulose & stro.
-
wat is de meerwaarde van een isolerend onderdak?
Isolerende onderdaken zoals Pavatex Isolair Multi of ook Celit4D leggen een stukje isolatie (22-160mm) bovenop je dakkconstructie. Hierdoor worden koudebrugeffecten van die constructie afgeblokt en krijg je méér isolerend vermogen van je eigenlijke dakisolatie tussen de constructie.
Doordat deze platen gemaakt worden van houtvezels in een zware densiteit breng je met een isolerend onderdak ook een eerste bescherming tegen warmte-intrede in de zomer en bescherming tegen omgevingslawaai. Hoe dikker het isolerend onderdak uit houtvezel, hoe minder belangrijk de warmtebufferende en geluidsbufferende eigenschappen van de dakisolatie worden. Zo behaalt de combinatie van een Isolair Multi van 60mm met een vlaswol tussen de kepers een even goede bescherming tegen geluid en warmte intrede als een Isolair Multi van 22mm met houtwoldekens tussen de constructie. meer info over onderdakfolies of -platen
-
is minerale wol een duurzaam isolatieproduct?
Glas, zand en vulkanisch gesteente komt veel voor in Europa, en dat maakt minerale wol in principe quasi onuitputtelijk. Toch moeten hier enkele kanttekeningen bij gezet worden. Zo hebben steen- en zandgroeves een zekere impact op het leefmilieu. Ook wordt zand steeds schaarser. Het is dan ook van belang dat er spaarzaam mee omgesprongen wordt. De isolatie kan wel voor 90% uit gerecycleerd worden en efficiënt op grote schaal geproduceerd worden. Ook is de energiewinst erg hoog: je bespaart 350 x zoveel energie als nodig is om het materiaal te produceren, te transporteren en te plaatsen. Toch scoren mineral wollen duidelijk slechter dan de meeste ecologische isolatematerialen als je hun koolstof voetafdruk bekijkt. Zo vraagt de productie vrij veel energie.
Minerale wollen hebben wel een lange levensduur. In theorie zijn ze recycleerbaar en hoeven ze niet bij het gemengd afval te belanden, stelt Ovam. Maar in de praktijk worden minerale wollen helaas nog niet vaak gerecycleerd door bijvoorbeeld een gebrekkige ophaling of door schimmelvorming na jarenlang gebruik. Het is daarom belangrijk bij de keuze van glaswol dat je even checkt welke type of merk het hoogst aandeel gerecycleerd glas bevat.
-
wat is de lambdawaarde van de meest courante isolatiematerialen?
Lambda-waarden van isolatiematerialen
Type isolatie λ [W/mK]
Vacuüm Isolatie Panelen (VIP) 0,007
Resolhardschuim 0,018 - 0,020
PUR of polyurethaanhardschuim 0,023 - 0,028
PIR of polyisocyanuraathardschuim 0,021 - 0,026
EPS of geëxpandeerd polystyreen 0,031 - 0,045
XPS of geëxtrudeerd polystyreen 0,028 - 0,038
Glaswol 0,031 - 0,044
Rotswol 0,034 - 0,044
Cellenglas 0,036 - 0,058
Papiervlokken 0,035 - 0,040
Kurk 0,038 - 0,040
Hennep 0,038 - 0,042
Vlas 0,038
Zeegras 0,039
Schapenwol 0,035 - 0,040
Kokosvezel 0,04
Katoen 0,039 - 0,042
Stro 0,056
Schelpen 0,106 - 0,155
Mycelium 0.04
-
wat is biobased isolatie?
Biobased isolatie verwijst naar materialen die afkomstig zijn van hernieuwbare bronnen zoals planten, dieren en mineralen, en die worden gebruikt om gebouwen te isoleren. Voorbeelden zijn materialen zoals wol, schelpen, hennep, stro, kurk, perliet en houtvezel.
-
wat zijn de voordelen van biobased isolatie?
Natuurlijke isolatiematerialen zijn doorgaans hernieuwbaar, biologisch afbreekbaar en hebben vaak een lagere milieubelasting dan synthetische alternatieven. Ze kunnen naast goede thermische prestaties ook akoestische bieden, vocht reguleren en zorgen voor een gezonder binnenklimaat.
Biobased isolatiematerialen worden meestal gekozen door de meerwaardezoeker: voor eigen profijt of in de bredere context van het milieu en grondstoffengebruik.
-
is ecologische isolatie brandbestendig?
Sommige natuurlijke isolatiematerialen hebben intrinsieke brandwerende eigenschappen, zoals minerale materialen als steenwol of slakkenwol. Anderen zoals de meer hergroeibare isolatiematerialen zoals cellulose (gemaakt van gerecycled papier), kunnen behandeld worden om de brandwerendheid te verbeteren. De meeste biobased materialen dragen een E-klasse.
Ook de densiteit (gewicht per m3) speelt een rol: als het materiaal veel vezels bevat worden vooral de buitenstr vezels verschroeid. Daardoor krijgt het vuur minder zuurstof en wordt de branddoorgang fel vertraagd. Probeer maar eens een telefoonboek in brand te steken.
Bijkomend brandvoordeel van de nagroeibare isolatematerialen is dat ze minder smeltdruppels veroorzaken dan schuimisolatie. Smeltdruppels op je huid zijn even gevaarlijk als vuurvlammen.
Tip: werk je constructie af met onbrandbare A1 afwerkmaterialen zoals gipsvezelplaten of een leemstuc.
-
kan natuurlijke thermische isolatie ook akoestisch isolerend werken?
Ja, veel natuurlijke isolatiematerialen hebben goede akoestische eigenschappen en kunnen effectief zijn bij het verminderen van geluidsoverdracht binnen een gebouw of het isoleren van omgevingslawaai in lichte constructies zoals houtskeletbouw of een hellend dak.
De meeste traditionele materialen zoals glaswol of schuimisolatiemateriaal scoren hier veel slechter in.
-
hoe wordt natuurlijke isolatie geplaatst?
Installatiemethoden kunnen variëren afhankelijk van het specifieke materiaal. Sommige natuurlijke isolaties komen in platen of rollen, vergelijkbaar met synthetische isolatie, en kunnen tussen balken of liggers worden geplaatst. Denk aan houtwoldekens of graswolmatten. Anderen, zoals strobalen of hempcrete, worden gebruikt als bouwstenen of vulling.
-
kan natuurlijke isolatie allergieën of gezondheidsproblemen veroorzaken?
Natuurlijke isolatiematerialen zijn over het algemeen niet giftig en niet irriterend, maar personen met specifieke allergieën (zoals wolallergieën) moeten voorzorgsmaatregelen nemen. Een correcte installatie en afdichting kunnen eventuele potentiële problemen minimaliseren.
Stof is nooit gezond. Er wordt altijd aangeraden een stofmasker te dragen bij het plaatsen van isolatie of zelfs bij het verzagen van hout. Bij het inblazen van cellulose-isolatie komt veel stof vrij. Een slimme plaatser zal een mondmasker dragen omdat de hoeveelheid stof dag in en dag uit op de duur gezondheidsproblemen kan veroorzaken.
-
is biobased isolatie duurder dan synthetische isolatie?
Natuurlijke isolatiematerialen kunnen een hogere initiële kostprijs hebben in vergelijking met sommige synthetische opties. Echter, factoren zoals energiebesparingen, milieuvriendelijke en gezondheidstechnische voordelen voor plaatser en gebruiker en lange termijn duurzaamheid moeten worden meegenomen in de algehele kostenanalyse.
Een kostprijs hangt altijd af van de beschikbaarheid of hermaakbaarheid van grondstoffen om isolatie te maken. In België beschikken we over veel gras, recyclagepapier en textiel. Ook hennep wordt meer geteeld. Het is belangrijk voldoende te diversifiëren in verschillende materialen. Er is nu bijvoorbeeld niet genoeg schapewol om elk huis te isoleren.
Een laatste priijsbepalende factor is de vorm van isolatie: over het algemeen is bulkisolatie of inblaasisolatie beterkoop dan plaatmateriaal. Denk aan cellulose of strovlokken.
-
hoeveel bespaart isolatie op energiekosten?
De energiebesparingen die kunnen worden behaald met isolatie variëren sterk afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de huidige staat van de isolatie, het klimaat en het type verwarming en koelingssysteem dat wordt gebruikt.
Verder is een correcte plaatsing van belang. Dat omvat ook het zorgen voor beschermingsjasjes tegen luchtstromingen in huis en uiteraard wind en regen aan de buitenzijde van de constructie. Dat jasje kan een folie zijn, een plaatmateriaal of een stucwerk.
Daarnaast bepalen factoren zoals de aard van materialen en de invloed op jouw warmtebehoefte in grote mate hoe snel jij de verwarming/koeling opzet. In het bio-ecologisch bouwen geeft men de voorkeur aan warme inerte materialen.
-
wat zijn de kosten van isolatie?
De kosten van isolatie variëren afhankelijk van het gekozen materiaal, de hoeveelheid die nodig is en de complexiteit van de installatie. Over het algemeen zijn de initiële kosten van isolatie een investering die zich op de lange termijn terugbetaalt door energiebesparingen in airconditioning en verwarming.
-
wat zijn milieuvriendelijke isolatiematerialen?
Milieuvriendelijke isolatiematerialen zijn vaak gemaakt van gerecyclede of hernieuwbare bronnen. Materialen zoals cellulose, houtvezel, schapenwol en hennep vallen in deze categorie. Maar ook reststromen die herbruikt kunnen worden als isolatiemateriaal zijn milieutechnisch verantwoord zoals textielisolatie.
Ook van belang is de nodige energie-input die nodig is om het isolatiemateriaal te maken en te transporteren. Sommige isolatiematerialen kosten evenveel energie dan de besparing die ze voor jou opleveren na 20 jaar.
-
kan ik zelf isolatie plaatsen?
Sommige isolatiematerialen kunnen door ervaren doe-het-zelvers worden geïnstalleerd. Voor complexere toepassingen of grote projecten is het raadzaam om een professional in te schakelen. Zo plaats je beter niet zelf cellulose-inblaasisolatie: een gelicentieerd aannemer weet de perfecte balans tussen materiaal en lucht in jouw specifieke toepassing.
Vraag ons adressen van uitvoerders!
-
is alle isolatie hetzelfde?
Nee, isolatiematerialen verschillen in hun thermische eigenschappen, brandwerendheid, dichtheid en andere kenmerken. Het is belangrijk om het juiste type isolatie te kiezen voor de specifieke toepassing. In een spouwmuurconstructie gebruik je beter een minerale wol of kurkisolatieplaten. In een dak gebruik je beter warmtebufferende isolatiematerialen zoals houtwol.
-
wat is het verschil tussen thermische en akoestische isolatie?
Thermische isolatie richt zich op het beperken van warmteoverdracht, terwijl akoestische isolatie gericht is op het verminderen van geluidsoverdracht tussen ruimtes. De meeste nagroeibare of biobased isolatiematerialen combineren beide facetten uitstekend.
-
wat zijn de voordelen van goede isolatie?
Goede isolatie kan de energie-efficiëntie van een gebouw verbeteren door het warmteverlies te verminderen in de winter en warmte-intrede in de zomer. Dit kan leiden tot lagere energierekeningen, een comfortabelere leefomgeving en een verminderde impact op het milieu. Vooral de natuurlijke hergoeibare isolatiematerialen bieden de beide vereisten aan. traditionele materialen zoals minerale wollen en schuimen scoren alleen goed in warmteverliesbeperking.
-
wat is thermische isolatie
Isolatie in deze context verwijst naar materialen die worden gebruikt om warmteverlies of -winst in een gebouw te verminderen. Dit omvat het isoleren van muren, vloeren, daken en andere oppervlakken om de energie-efficiëntie te verbeteren.
-
wat is de U-waarde
WAT IS DE U-WAARDE VOOR ISOLATIE?
De U-waarde, of de warmtedoorgangscoëfficiënt, geeft een idee van hoeveel warmte een materiaal per seconde en per vierkante meter doorlaat van de binnen- naar de buitenzijde. Hoe lager die U-waarde, hoe minder warmte kan ontsnappen uit je woning.
Vroeger werd deze coëfficiënt weergegeven als K-waarde, maar nu spreken we universeel over U-waarde.
U-WAARDE BEREKENEN: FORMULE
Wil je de U-waarde weten voor dak-, muur- of vloerisolatie? Dan moet je eerst de lambda-waarde (warmtegeleidingscoëfficiënt) kennen. De U-waarde wordt uitgedrukt in W/m2K en bereken je door de lambda-waarde te delen door de dikte van het materiaal in meter. Als je voor dikker materiaal kiest, of met meerdere lagen isoleert, krijg je dus een lagere U-waarde.
Ook andere (transparante) scheidingsconstructies zoals vensters, deuren en kozijnen hebben een U-waarde. Op de website van de Vlaamse overheid vind je gedetailleerde info over de berekening voor deze constructies.
WELKE U-WAARDE VOOR EPB-EISEN?
Om ervoor te zorgen dat woningen energiezuiniger worden, gelden er in België specifieke regels rond de U-waarde — in functie van de EPB-eisen. Bij een goede EPC-waarde (energiescore) kan je de warmteverliezen van een woning beperken.
Bij nieuwbouw, renovatie of na-isoleren is de maximale U-waarde 0,24 W/m2K voor de isolatie van daken, muren en vloeren. Als je daaraan voldoet, kan je een premie krijgen voor je isolatiewerken bij renovatie.
Via vlaanderen.be ontdek je alle eisen voor de U-waarde van nieuwe, vernieuwde of verbouwde constructiedelen.
U-WAARDE VERSUS R-WAARDE
Naast de U- en lambda-waarde, is ook de R-waarde een belangrijke factor om te kijken hoe efficiënt isolatiemateriaal is. Die toont hoe goed een materiaal warmte tegenhoudt en geeft dus eigenlijk het omgekeerde aan van de U-waarde (warmtedoorgang). Een materiaal isoleert goed als het een hoge R-waarde heeft en een lage U-waarde.
-
wat is de warmtecapaciteit van een materiaal?
Hoe hoger de warmtebuffercapaciteit (c-waarde), hoe beter het materiaal in staat is om warmte te bufferen of op te slaan voordat de temperatuur ervan begint te stijgen. Zo beschermen materialen met een hoge warmtecapaciteit je in de zomer tegen de warmte-intrede. Deze materialen kunnen warmte opnemen overdag wanneer het buiten warm is en deze warmte 's nachts weer vrijgeven wanneer het afkoelt. Dit kan helpen om de temperatuur in huis stabiel te houden. Handig als je studeerkamer op de zolderverdieping is gelegen.
Een voorbeeld van een isolatiemateriaal met een hoge buffercapaciteit is houtvezel. Een dakisolatiepakket van 16cm houtvezel houdr de warmte even lang buiten als 53 cm minerale wol.
Het is een materiaaleigenschap die je eerder tegenkomt in de technische fiches van nagroeibare of biobased isolatiematerialen omdat de scores van de petrochemische en niet nagroeibare natuurlijke isolatiematerialen zoals minerale wollen en schuimmaterialen daar niet goed in scoren.
-
wat is de Rd waarde van een materiaal
De Rd-waarde is een term die wordt gebruikt om de thermische weerstand ("Resistance") van een materiaal te meten. Het is een maatstaf voor hoe goed een materiaal de doorgang van warmte tegenhoudt. De Rd-waarde wordt uitgedrukt in m² K/W en geeft aan hoeveel warmteweerstand een materiaallaag van één vierkante meter biedt bij een temperatuurverschil van één graad Kelvin. "Rd" is dan de warmteweerstand die door de fabrikant "declared" of bewezen en getest is.
-
wat is biobased materiaal
Bio-based materialen zijn materialen die gemaakt zijn van natuurlijke, hernieuwbare bronnen zoals planten, dieren of micro-organismen.
-
Natuurlijke Oorsprong: Bio-based materialen komen voort uit levende organismen. Dit kunnen planten zijn, zoals hout, bamboe of katoen, maar ook dieren zoals wol of leer.
-
Hernieuwbaarheid: Het mooie aan bio-based materialen is dat ze kunnen worden vernieuwd. Bijvoorbeeld, als we een boom gebruiken om hout te maken, kunnen we een nieuwe boom planten die opgroeit en opnieuw kan worden geoogst in de toekomst.
-
Duurzaamheid: Bio-based materialen hebben meestal een lagere impact op het milieu in vergelijking met materialen die uit niet-hernieuwbare bronnen komen, zoals aardolie. Bij de productie van bio-based materialen worden vaak minder schadelijke chemicaliën gebruikt.
-
Voorbeelden: Voorbeelden van bio-based materialen zijn bijvoorbeeld hout, kurk, bioplastics (gemaakt van planten in plaats van aardolie), en materialen gemaakt van plantaardige vezels zoals katoen en hennep. Leem of kleikorrels behoren in principe niet tot de bio-based materialen
-
Toepassingen: Bio-based materialen worden gebruikt in een breed scala aan producten. Denk aan houten meubels, katoenen kleding, verven en zelfs biologisch afbreekbare verpakkingen.
-
Duurzaamheidsvoordelen: Het gebruik van bio-based materialen helpt mee aan het verminderen van onze afhankelijkheid van niet-hernieuwbare bronnen en draagt bij aan het behoud van de natuurlijke omgeving.
-
Biologische Kringloop: Bio-based materialen kunnen, als ze niet langer nodig zijn, vaak worden afgebroken door micro-organismen in de natuur. Ze dragen bij aan een gezonde biologische kringloop.
-
Innovatie: Er wordt voortdurend gewerkt aan het ontwikkelen van nieuwe bio-based materialen en technieken om ze te gebruiken. Dit helpt om duurzamere alternatieven te vinden voor traditionele materialen.
Kort gezegd, bio-based materialen zijn natuurlijke materialen die afkomstig zijn van levende organismen. Ze zijn hernieuwbaar, duurzaam en spelen een belangrijke rol in de transitie naar een meer milieuvriendelijke en duurzame samenleving.
-
-
wat betekent circulair?
Circulair bouwen is een manier van bouwen waarbij we proberen om materialen en hulpbronnen zo efficiënt mogelijk te gebruiken, met als doel de impact op het milieu te verminderen.
Dat kan enerzijds door natuurlijke materialen in een natuurlijke loop of cirkel te laten genereren en anderzijds in de technische materialen, deze zo te ontwerpen dat de behoefte aan nieuwe grondstoffen geminimaliseerd wordt.
-
Hergebruik en Recyclen als allerlaatste stap: Bij circulair bouwen proberen we zoveel mogelijk materialen te hergebruiken en desnoods in het slechtste geval te recyclen in plaats van nieuwe materialen te gebruiken. Dit helpt om afval te verminderen en spaart (natuurlijke) hulpbronnen.
-
Lange Levensduur: We ontwerpen en bouwen gebouwen zodanig dat ze lang meegaan. Dit betekent dat ze bestand zijn tegen de tand des tijds en niet snel verouderen.
-
Flexibiliteit: Circulair gebouwde constructies worden vaak ontworpen met het oog op aanpasbaarheid. Dat betekent dat ze gemakkelijk kunnen worden aangepast aan nieuwe behoeften zonder dat er grote sloop- en bouwwerkzaamheden nodig zijn.
-
Minimaal Afval: Bij de bouw en sloop van een gebouw wordt gestreefd naar zo min mogelijk afval. Materialen worden zorgvuldig gesorteerd en waar mogelijk opnieuw gebruikt.
-
Biologisch afbreekbare Materialen: Bij circulair bouwen wordt ook gekeken naar het gebruik van materialen die biologisch afbreekbaar zijn, zodat ze aan het einde van hun levensduur terug kunnen keren naar de natuur.
-
Lokale Materialen: Het is gunstig om materialen te gebruiken die lokaal beschikbaar zijn, omdat dit de transportkosten en CO2-uitstoot vermindert.
-
Energie-efficiëntie: Circulair bouwen omvat ook het ontwerpen van energiezuinige gebouwen om het energieverbruik te verminderen en de ecologische voetafdruk te verkleinen.
-
Verantwoorde Sloop: Als een gebouw aan het einde van zijn levensduur komt, wordt er gekeken naar hoe de materialen op een verantwoorde manier kunnen worden gedemonteerd en hergebruikt.
In het kort, circulair bouwen draait om slim en duurzaam gebruik van materialen en hulpbronnen. Het streeft naar een manier van bouwen waarbij we zo min mogelijk afval produceren en zo efficiënt mogelijk gebruikmaken van wat de natuur ons biedt. Dit is belangrijk om de impact van de bouwsector op het milieu te verminderen en een gezondere planeet voor toekomstige generaties te behouden.
Een circulair product staat nooit op zichzelf. het is pas echt circulair als de montage en demontage, de aanvoer en afvoer voorzien is op zo weinig mogelijk nieuwe input van energie of grondstoffen. Een product is pas circulair te noemen als het eigenlijk al aan ene tweede leven begonnen is en alle stadia van de cirkel heeft doorlopen.
-
-
Wat betekent bio-ecologisch?
Bio-ecologisch bouwen, ook wel bekend als duurzaam bouwen, is een benadering van het ontwerpen en construeren van gebouwen met speciale aandacht voor het minimaliseren van negatieve impact op het milieu en het creëren van gezonde, comfortabele leefomgevingen.
-
Duurzaamheid: Bio-ecologisch bouwen is gericht op het maken van gebouwen die lang meegaan en weinig middelen verspillen. Het doel is om te voorkomen dat we de natuurlijke hulpbronnen uitputten.
-
Milieuvriendelijkheid: Bij bio-ecologisch bouwen proberen we de impact op de natuur te verminderen. Dit betekent het minimaliseren van het gebruik van schadelijke chemicaliën, het verminderen van afval en het efficiënt omgaan met water en energie.
-
Gezondheid: Het is belangrijk dat gebouwen waarin we leven en werken gezond zijn. Bio-ecologische gebouwen proberen de luchtkwaliteit te verbeteren en giftige stoffen te vermijden, zodat mensen die erin wonen of werken gezonder kunnen zijn.
-
Hernieuwbare energie: Bio-ecologische gebouwen proberen zoveel mogelijk gebruik te maken van energiebronnen die niet opraken, zoals zonne-energie en windenergie. Dit helpt de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.
-
Natuurlijke materialen: In plaats van synthetische materialen proberen bio-ecologische gebouwen natuurlijke, hernieuwbare materialen te gebruiken, zoals hout en hennep, of materialen die gewonnen kunne worden uuit oppervlaktedelvigen zoals leem, kalk en schelpen
-
Biodiversiteit: Sommige bio-ecologische gebouwen integreren groene daken of muren, waardoor planten kunnen groeien. Dit bevordert biodiversiteit en helpt om de stedelijke omgeving groener te maken.
-
Lage ecologische voetafdruk: De algemene bedoeling is om ervoor te zorgen dat het gebouw zo min mogelijk schade toebrengt aan de planeet. Dit omvat het verminderen van de CO2-uitstoot en het behoud van natuurlijke habitats.
-
Passieve strategieën: Bio-ecologische gebouwen maken vaak gebruik van passieve strategieën, zoals oriëntatie naar de zon en goede isolatie, om de energie-efficiëntie te verbeteren zonder dat er veel technologie nodig is.
Kortom, bio-ecologisch bouwen draait om het creëren van gezonde, milieuvriendelijke gebouwen die lang meegaan en de impact op onze planeet minimaliseren. Het is een belangrijk onderdeel van de bredere inspanningen om duurzaam te leven en onze verantwoordelijkheid te nemen voor het behoud van het milieu voor toekomstige generaties.
-